Wat een (aankomend) student moet weten

Studiefinanciering
Per september verandert de studiefinanciering in het hoger onderwijs. Ook de Eerste kamer is akkoord gegaan met het nieuwe wetsvoorstel van minister Bussemaker. De belangrijkste maatregel is de omzetting van de basisbeurs van een gift in een lening, vanaf september 2015.

Er verandert nog niets, voor wie op dit moment een bachelor- of masteropleiding volgt. Studenten behouden hun recht op een basisbeurs (€100,- per thuiswonende en €279,- voor uitwonende studenten). Studenten van hogescholen hebben in totaal vier jaar recht op de beurs, studenten van universiteiten drie jaar. Studenten die van opleiding switchen, kunnen hun beurs meenemen. Voor MBO-studenten blijft de basisbeurs gehandhaafd.

OV-chipkaart
De OV-chipkaart blijft en gaat vanaf september 2015 ook naar MBO-studenten. Minister Bussemaker gaat de universiteiten en hogescholen vragen de colleges buiten spitsuren te plannen.

Wat verandert er?
Afschaffing van de basisbeurs betekent meer geld lenen voor studenten. Concreet betekent het dat de basisbeurs verdwijnt in het hoger onderwijs. Vanaf 1 september 2015 moeten nieuwe studenten geld lenen voor hun studie. Studenten krijgen een studievoorschot: een lening van de overheid van maximaal een kleine duizend euro per maand.

Studenten die vanaf september 2015 een master willen volgen, krijgen geen basisbeurs meer tijdens hun master.

Voor een bepaalde groep studenten blijft de aanvullende beurs bestaan. Ouders moeten dan samen minder dan €46.000 euro bruto per jaar verdienen. Is het inkomen lager dan €30.000 euro dan krijgt een student het maximum bedrag van €365,-. De aanvullende beurs wordt een gift, als de student zijn diploma haalt.

De lening moet in maximaal 35 jaar worden terugbetaald (dat is nu 15 jaar). Wie tot die tijd onvoldoende heeft verdiend, krijgt kwijtschelding. Het is de bedoeling dat een afgestudeerde nooit meer dan 4 procent van zijn inkomen besteedt aan de afbetaling. Oud-studenten die minder dan het minimumloon (nu bruto €1.501,-) verdienen, hoeven niet af te lossen. Wie een handicap of een chronische ziekte heeft, hoeft niet de hele schuld te betalen.

Waarom deze verandering?
De achterliggende gedachte van deze toch wel ingrijpende verandering schetste minister Bussemaker als volgt: de overheid blijft het grootste gedeelte van het hoger onderwijs betalen, maar in plaats van een groot gedeelte van het geld op bankrekeningen te storten van individuele studenten, wordt vanaf september 2015 jaarlijks een extra bedrag van bijna een miljard aan de onderwijsinstellingen gegeven om bijvoorbeeld meer docenten en beter onderzoek mogelijk te maken. De exacte besteding is overigens nog niet duidelijk.

Met hoeveel schulden studenten opgezadeld worden in de toekomst is nog niet duidelijk. Tegenstanders van de wet noemen bedragen van €40.000,-, het CPB denkt dat de gemiddelde studieschuld zal stijgen met €6.000,- tot €9.000,-. Nu is de gemiddelde studieschuld €15.000,-.

  (Bronnen: Trouw, 31 december 2014 en NRC Handelsblad, 21 januari 2015)
Geplaatst in artikelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *